
Daar is hij dan, de herfst. Hoeveel ik ook heb genoten van onze lange zomer, ik ben blij dat er een nieuw jaargetijde is aangebroken. Blaadjes vallen, het is vroeg donker, de temperatuur zakt ennnnnn…de houtkachel kan weer aan. En met een echte stoker in huis hoef ik daar niet eens om te vragen. Het brengt warmte en gezelligheid in huis. Als meisje droomde ik er al van, een openhaard of houtkachel. In het huis van mijn ouders stond een schouw maar zonder haard. Het duurde tot ik een puber was voordat er één werd geplaatst. Een nephaard, dat wel. Zo’n kacheltje met nepvlammen en die warme lucht blaast maar ik vond het fantastisch.
En nu geniet ik al een paar jaar van een echte, in mijn eigen huis. Heel blij word ik er van maar dit jaar is het toch een beetje anders. Vorig jaar was zoonlief slechts een paar maanden oud en lag op veilige afstand in de box. Nu kruipt hij rond en duurt het niet lang meer voor hij lopend de kamer gaat ontdekken. Dus wat ga je dan doen? De ene groep stokers vindt dat je je kind gewoon moet opvoeden met de kachel en dat ze vanzelf wel leren dat ze niet met hun handen aan het kachelruitje moeten zitten (na één keer hun hand te verbranden hebben ze hun lesje wel geleerd). De ander groep stokers kiest voor een afscherming van de kachel, zoals een kachelhek. Eigenlijk een traphekje maar dan keer 4 of 6. Wij behoren tot die laatste groep. Zowel manlief als ik zouden het onszelf nooit vergeven als de kleine man een brandwond voor het leven zou oplopen. En eerlijk gezegd is het ook wel fijn voor onze rust (1 ding minder waar je hem voortdurend van weg moet houden). Inmiddels is het kachelhek vandaag geleverd en wordt het as-we-speak gemonteerd door mijn wederhelft.
De tekst is trouwens van Leonard Cohen en afkomstig van het gelijknamige nummer Who by fire. Gebaseerd op een Hebreeuws gebed dat tijdens de Jom Kipoer (de Grote Verzoendag) wordt voorgedragen, vraagt Cohen zich af hoe de mens aan zijn einde komt (who by fire, who by water….who by avalanche, who by powder). Net als Bob Dylan en Neil Young behoorde Cohen tot mijn muzikale opvoeding. Voor mij past er dan ook eigenlijk geen andere zanger zo goed als hij bij de herfst. En hoewel er in mijn ouderlijk huis dus geen haardvuur brandde, gaf zijn muziek mij toch een beetje het gevoel van zo’n knapperend vuurtje. Spelend op de grond voor de platenspeler, m’n vader in zijn luie stoel die de krant leest, mijn moeder die wat lekkers klaar maakt in de keuken en de wind die om het huis heen raast…..good old memories op een ietwat macabere soundtrack.