
We schrijven het jaar 2001. Het jaar van de cafébrand in Volendam, het jaar dat Herman Brood uit het leven stapt (of eigenlijk springt), het jaar van 9-11 en THE war on terror. Maar ook het jaar dat Nederland het homohuwelijk omarmt, het jaar dat K-otic, Shaggy en Def Rhymz de Nederlandse hitlijsten bestormen en het jaar dat 2 Britten zorgen voor enorme records in de bioscopen: Harry Potter en (jawel) Bridget Jones.
Zowel Bridget Jones Diary als de opvolger Edge of Reason uit 2004 heb ik (meerdere keren) gezien, al kan deel 2 niet tippen aan het 1e (het sequel-probleem). En nu, ruim 10 jaar later, is er dan eindelijk deel 3 en ben ik dan ook erg benieuwd of dit vervolg weer hetzelfde niveau als deel 1 kan behalen. Op naar de bios!
Na een heerlijk etentje met de belangrijkste vrouwen uit m’n leven, haasten we ons (het zal ook eens niet zo zijn) om onze kaartjes op te halen bij een gloednieuwe servicebioscoop in het Brabantse land. Bij het betreden van de zaal vallen onze monden open. Ruime stoelen, zeeën aan beenruimte, een klein tafeltje voor je versnaperingen en het meest geweldige: roomservice (of hoe noem je dat eigenlijk in een bioscoop?). Niet meer gestrest in de rij om nog snel even een grote bak popcorn en een liter cola te scoren, maar gewoon vanuit je luie bioscoopstoel op een knopje drukken en je bestelling doorgeven aan kruipende puberjongens (niet in m’n beeld!) die het enkele minuten later op je tafeltje zetten. Dit concept is ons op het lijf geschreven. En ja, waarschijnlijk loop ik behoorlijk achter en zijn dit soort bioscopen eerder regel dan uitzondering maar zelfs mijn zus uit de ‘Big City’ is onder de indruk.
Maar goed, na 2 keer de teaser van Fifty Shades Darker te hebben gezien en we melig om alles en niets lachen (ipv, don’t ask) begint de film met een Bridget die net als in deel 1 zielig op de bank zit in een lelijke pyjama en een fles wijn voor haar neus. Maar All by myself maakt plaats voor Jump Around van House of Pain en de toon is gezet. Naast oude bekenden zijn er ook een aantal nieuwkomers, waarvan Patrick Dempsey (Jack) en Sarah Solemani (Miranda) de opvallendste zijn. Emma Thompson kan bij mij weinig fout doen en is dan ook geweldig als de gynaecoloog van Bridget. En hoewel veel recensies het nut van Kate O’Flynn’s karakter Alice (de nieuwe baas bij het televisie netwerk waar Bridget nog steeds werkt) en haar ‘bearded hipsters’ in twijfel trekt, kan ik deze bijrollen wel waarderen. De quote is dan ook van Alice. Zij vindt dat nieuws vooral onwijs hip moet zijn en zodra het interview met Jack saai wordt, schreeuwt ze “Cue Hitler cats” en verschijnt er dus een rij Hitler-look-a-like katten in beeld. Hitler komt al eerder in de film ter sprake als Bridget een festival bezoekt waar het woord glamping valt. Volgens Bridget is ‘glamping’ echt niet beter dan ‘camping’: “calling him Gladolf Hitler wouldn’t suddenly make us forget all the unpleasantness”. En zo zijn er nog meer memorabele one-liners die ik echt heel slecht kan navertellen. Dus gewoon even naar de bios gaan, vooral geen recensies lezen en de film niet te serieus nemen: Hashtag let’s do this!