Het is juli en we hebben er net een paar bloedhete dagen opzitten. Ik trek het slecht en probeer me zo rustig mogelijk te houden. N. heeft een hele opstelling voor me gemaakt in de tuin in de schaduw. Ik voel me alleen net een walrus en kom amper meer omhoog als ik lig. Dus verhuis ik mezelf maar naar binnen op de bank. M’n benen zijn erg opgezet en doen pijn, m’n voeten zijn onherkenbaar.
De afgelopen weken zijn voorbij gevlogen. Bij de groei echo rond de 30 weken bleek de baby wat aan de grote kant en voor de zekerheid moet ik me laten testen op zwangerschapssuiker. Niet echt fijn, want ik moet me om 8.00 uur nuchter melden om bloed te prikken. Daarna krijg ik een suikerdrankje en moet ik me na 2,5 uur weer melden en dus nuchter blijven. Ik ben misselijk en duizelig en lig m’n tijd uit op de bank. Gelukkig is N. thuis om me heen en weer te rijden. De prikster werpt een blik in de wachtkamer en geeft blijk van haar medelijden: ik mag snel naar binnen. Er wordt nog een keer geprikt en gelukkig zijn de eerste uitslagen goed. Buiten eet ik snel een eierkoek en ik voel me gelijk een stukje beter. Bij de volgende controle krijgen we de uitslag van het uitgebreide bloedonderzoek: geen suiker. Ik was zelf ook een flinke baby, dus het zal wel in de genen zitten.
Op het werk gaat het niet zo lekker; ik ben erg moe, heb last van m’n benen en heb geregeld harde buiken. In overleg met de bedrijfsarts ga ik de laatste 4 weken voor mijn verlof halve dagen werken. Met 34 weken start mijn geplande verlof en ik ben erg blij dat ik m’n dag nu zelf kan indelen en op tijd kan rusten.
Qua voorbereidingen zitten we ook op schema. Het kamertje is zo goed als klaar, de uitzet is nagenoeg compleet, ik heb samen met mijn moeder een bezoekje gebracht aan het gloednieuwe Moeder & Kindcentrum waar ik ga bevallen en N. en ik hebben de eerste avond van de cursus Samen Bevallen er op zitten.
Met 35 weken op de teller wordt ik verrast met een gezellige babyshower, lekker eten en drinken op verschillende locaties en wat gezellige knutselopdrachtjes. De baby ligt op dit moment met z’n billen naar één kant en ik heb dan ook een mooie uitstekende bult. Z’n billen worden met regelmaat liefdevol geaaid, iets waar ik ons kindje later nog mee kan pesten.
De laatste controle bij de verloskundige zit er op en met 36 weken melden we ons voor het eerst in het ziekenhuis. Ik krijg een echo en het ziet er allemaal goed uit. De gynaecoloog komt afwezig over en ze vergeet dan ook m’n bloeddruk op te meten. Ik vraag er uiteindelijk zelf om en ze verontschuldigd zich. Prima, zegt ze. En we staan binnen 10 minuten weer buiten. Ik mis de betrokkenheid van de verloskundigenpraktijk.
En dan zijn we weer terug in de warme weken van juli. Het is alweer donderdag en de volgende controle staat gepland. Dit keer bij een verloskundige van het ziekenhuis, een dame met een Belgisch accent. We zitten hier niet ver van de grens en er werken dan ook redelijk wat Belgen in het ziekenhuis. Dit keer geen echo maar een normale controle, hartje luisteren en bloeddruk opmeten. Geen bijzonderheden, m’n bloeddruk loopt wat op maar dat is normaal zo aan het einde van de zwangerschap. Het is weer erg warm vandaag en we rijden met open raampjes naar huis. Ik heb de laatste dagen veel last van pijn in m’n schouders en tussen m’n schouderbladen, dus breng ik een bezoekje aan de fysio. Na een korte massage voelt het weer wat beter.
Het is inmiddels zaterdag en N. is aan het werk, m’n ouders komen in de ochtend op de koffie. Ik voel me de laatste dagen niet zo lekker en heb een soort onbestemd gevoel. Ook zij zien dat ik best opgezet ben, maar we wuiven het weg: het zal vast met het warme weer te maken hebben.
Rond 1 uur ’s nachts wordt ik wakker van de pijn tussen m’n schouderbladen en m’n bovenbuik doet zeer. Ik verhuis naar de bank en maak wat pittenzakken warm. Ik sukkel weer een beetje in slaap. Om 5 uur wordt de pijn steeds heviger, de warme pittenzakken doen hun werk niet meer dus tijd voor grover geschut: ik laat boven een warm bad vol lopen. Eventjes lijkt het warme water de pijn te verlichten maar dan steekt het er toch snel weer doorheen. Slaperige N. kijkt verbaasd op als hij de badkamer in loopt voor een toiletbezoekje: Wat doe jij nou? Ga nog maar even slapen, zeg ik hem. Om 6 uur hang ik weer op de bank, de pijn in m’n bovenbuik is haast ondraaglijk en ik weet me geen houding meer te geven. Ik ben misselijk. Ik weet zeker dat het geen weeën zijn want de pijn is constant. Misschien een virusje? Ik ren naar de keuken voor een teiltje. Ja hoor, daar gaan we. Ik roep N. wakker. Dit voelt echt niet goed dus laat ik hem het ziekenhuis bellen. Hij legt de klachten uit en om half 8 op zondagmorgen 12 juli zit ik met N. en een teiltje op m’n schoot in de auto op weg naar het ziekenhuis.