
De eerste maand van 2017 kunnen we afvinken, bye bye januari. We sloten em hier goed af met een voorhoofdsholte ontsteking en de waterpokken. Na een week flink verkouden te zijn geweest, dacht ik wel aan de beterende hand te zijn. Maar niets bleek minder waar, het ergste moest nog komen. Onder het mom van ‘je kan het maar gehad hebben’ heb ik het over me heen laten komen. Ik heb een week genomen om uit te zieken en die had ik ook echt nodig. Sprays, stomen en rust. Maar met een dreumes thuis is uitzieken toch net even anders. Want je kunt niet de hele dag in bed blijven liggen en zoonlief van 1,5 z’n gang laten gaan. Dus toch proberen die regelmaat erin te houden. Op tijd uit bed, op tijd lunchen, even naar buiten (ingepakt als een mummie, want kou op je hoofd doet dus extra pijn met zo’n ontsteking), middagslaapje en op tijd naar bed. Twee nachten was zoonlief zo’n beetje om het uur wakker. Alleen de Teletubbies konden hem kalmeren, dus dan maar om 3 uur ‘s nachts met Tinky Winky en z’n vrienden in bed (Oh ooh).
Na een week uit de roulatie te zijn geweest, had ik deze week gelijk een goede start. Ik moest een cursus inhalen, in Leiden. Dat betekende 2,5 uur heen en 2,5 uur terug reizen met het openbaar vervoer. Zolang het maar een paar keer per jaar voor komt, hoor je mij niet klagen. Het is een soort uitje, zoals je vroeger op schoolreis ging. Ik gedraag me ook als een kind als ik weer een keertje met de mag trein reizen. Ik ben onder de indruk van de grote stations en de drukte en ik staar verwonderd naar het landschap wat voorbij trekt en de mensen die met me mee reizen. Ik ben een soort toerist in eigen land terwijl ik geen vakantie vier. Mensen die regelmatig met de trein reizen gaan in de automatische piloot. Ik herken het, ook ik was ooit zo’n forens. Als een zombie staan wachten op het perron, dringend voor de deuren om naar binnen te stormen en een plekje te bemachtigen. Tot ik het beu was en mijn leuke (en goedbetaalde) baan opgaf omdat ik doodongelukkig werd van het reizen. Het was een sprong in het diepe en het bracht een hoop onzekerheid mee. Maar ik moest het doen voor mezelf en er viel direct een last van me af.
Nu reis ik maximaal 40 minuutjes van deur tot deur. Maar dat wil niet zeggen dat ik daar nooit over klaag. Zo zijn de bustijden begin dit jaar gewijzigd, niet zo gunstig wat betreft mijn werktijden. En ook droom ik soms van een werkplek op 5 minuten loop- of fietsafstand of nog beter, een werkplek thuis. Zolang die gedachten niet overheersen en mijn lichamelijke en/of geestelijke gezondheid niet beïnvloeden, zit ik nu goed waar ik zit. Maar ik probeer wel te waken voor de automatische piloot en trouw te blijven aan mezelf. Ik ben niet bang om nog een keer te springen.