Change of plans

 

Het is stil en leeg op de parkeerplaats van het ziekenhuis, maar het is dan ook zondagmorgen 8.00 uur. We parkeren bij de ingang en daar staan we dan in de lift; N. en ik en het blauwe teiltje. Aangekomen op het Moeder & Kindcentrum worden we gelijk opgevangen door 2 verpleegsters en naar een kamer begeleid. Ze hebben na het telefoontje van N. al een vermoeden maar testen moeten dat eerst bevestigen. Mijn bloeddruk wordt gemeten: te hoog. Daarna moet ik proberen te plassen, het gaat lastig want ik voel me helemaal leeg maar het lukt me toch wat af te geven. Er wordt bloed geprikt. Ik mag op het bed blijven liggen en moet hier wachten op de uitslagen. Ik krijg een infuus met vocht toegediend en een zetpil tegen de pijn. De pijn en de misselijkheid nemen gelukkig snel af. Het wachten duurt lang voor mijn N. en hij gaat even naar buiten voor een stress-sigaret. En natuurlijk, juist op dat moment komen de verpleegsters weer terug de kamer in. De urinetest is niet goed: teveel eiwitten. Pre-eclampsie, ook wel zwangerschapsvergiftiging in de volksmond, wordt me verteld. Dat zegt me wel iets maar ik weet niet precies wat het betekent.  Er wordt niet verder op ingegaan, behalve dat er maar één oplossing is en dat is bevallen. Dus u gaat niet meer naar huis, we gaan uw bevalling inleiden. BAM! De tekst van de verpleegster slaat in als een bom. Neeee!!, gaat er door m’n hoofd. Ik moet nog allerlei dingen voorbereiden thuis, ik moet nog schoonmaken, ik moet nog wasjes draaien, ik moet nog, ik moet nog…. Oh en ik heb ook helemaal niets bij me! N. en ik zijn vanochtend allebei zo in ons huispak de auto ingestapt. Wat pijnstilling en iets tegen de misselijkheid, dacht ik, en dan gaan we gewoon weer naar huis. Niet dus. Het moet even landen maar die tijd krijg ik niet. Tussen de zusters in word ik naar een bevalsuite begeleid. Ik vraag of iemand m’n man kan opvangen want hij zal wel schrikken als de kamer leeg is als hij terugkomt. Ik mag weer gaan liggen in een ander bed en krijg het behandelplan te horen. We sluiten je aan op een magnesiuminfuus om insulten te voorkomen, we gaan een katheter plaatsen en een ballonnetje inbrengen om de bevalling in te leiden. Waar is mijn vrouw?! hoor ik op de gang. De verpleegster loopt naar buiten en brengt N. naar de kamer. Ik lig met grote angstige ogen in bed. Ze leggen het behandelplan nog een keer uit. En moet dat, een katheter? N. kent mijn angst hiervoor, ook al heb ik er nog nooit één gehad het lijkt me heel naar. Het is protocol, is het antwoord. En wat moeten we doen om het plaatsen voorlopig uit te stellen? Dat gaan we even overleggen met de gynaecoloog. Wat ben ik blij dat N. mondig en assertief is. Net als de meeste mensen heb ik het niet op ziekenhuizen, ik verander in een bang konijntje en weet vaak niet de juiste vragen te stellen. N. heeft zijn portie ziekenhuis wel gehad als puber toen hij een polsreconstructie onderging vanwege een brommerongeluk. Hij is dan ook niet snel onder de indruk van witte jassen. Ondertussen krijg ik allerlei plakkers op m’n borst en wordt ik aangesloten op een hartmonitor. En om m’n buik wordt een band geplaatst die de hartslag van de baby in de gaten houdt. Dit zullen we een paar keer per dag doen dus je ligt niet de hele tijd aangesloten hoor, zegt de verpleegkundige. De katheter is voorlopig van de baan, maar dan moeten we wel nauwkeurig bij houden hoeveel ik drink en hoeveel ik plas. Geen probleem, alles om maar te zorgen dat ik voorlopig geen katheter krijg. Ik wordt onderzocht en het ballonnetje wordt ingebracht. Morgenochtend zal deze er waarschijnlijk weer vanzelf uitvallen. De bevalling kan daarna misschien nog wel een paar dagen op zich laten wachten.
En dan zijn N. en ik weer even alleen. Nu ik ruim 2 weken voor de uitgerekende datum in het ziekenhuis lig veranderen onze plannen drastisch. De bevalling zou echt een ding van ons twee zijn, niemand zou worden ingelicht en we zouden pas contact zoeken zodra de baby geboren was. Dat zit er nu niet meer in. We moeten wel mensen gaan inlichten en hulp inschakelen. N. gaat naar huis om onze spullen te halen, hij kan bij me op de kamer blijven en overnachten op de slaapbank. Via aanwijzingen door de telefoon probeer ik te zorgen dat hij de juiste spullen mee neemt, voor mij maar ook voor ons kindje. Ik moet de controle los laten en dat is best wel moeilijk. N. is terug en we installeren ons in de kamer. Nu m’n eigen spullen er zijn voel ik me al iets meer op m’n gemak. Na het avondeten komen m’n ouders even kort langs, ze zijn natuurlijk geschrokken. We kletsen en lachen wat, ik voel me best goed. Maar ik krijg regelmatig een waarschuwing van de verpleegsters. U bent echt ziek mevrouw, u moet proberen zoveel mogelijk rust te houden. We kijken nog wat tv en dan probeer ik wat te slapen. Dat lukt een beetje, want tussendoor worden er regelmatig controles uitgevoerd. En N.? Die lijkt overal doorheen te slapen.    

 

Plaats een reactie