Help, help, HELLP!

Het is maandagochtend en de eerste controle zit er alweer op. Tot nu toe lijkt ons kindje helemaal nergens last van te hebben. Genoeg beweging en een goede hartslag. Ik voel me ook nog steeds redelijk, wel wat vermoeid. Maar ja, ik heb dan ook 2 gebroken nachten achter de rug. Het klinkt misschien heel gek, maar ik maak me op dit moment eigenlijk helemaal geen zorgen over de baby. Ook niet om mezelf trouwens. En ook al wordt me toch regelmatig ingeprent dat ik echt ziek ben, zo ziek voel ik me niet. Ik lig wel de hele tijd op bed en ben sinds de opname niet van mijn kamer geweest. Het eten is hier trouwens erg goed geregeld, volop keuze en ook nog lekker. En op mijn afstandsbediening zit zelfs een speciale knop voor de roomservice, niet te verwarren met de knop voor hulp. Nog voor het ontbijt krijg ik weer een controle en wordt er ook weer bloed geprikt. Het ballonnetje wordt er uitgehaald, zo’n 2 cm ontsluiting. Ik mag nu rustig gaan eten en straks als de rondes gedaan zijn, gaan ze m’n vliezen breken. Geen idee hoe ze dat gaan doen, best spannend. Door het magnesiuminfuus lijkt het alsof ik soms in brand sta, best een gemeen goedje. Maar de tv en N. bieden wat afleiding.
Voor ik het weet is ze er alweer, de verloskundige. De bloeduitslagen zijn binnen en m’n waardes gaan toch wat achteruit. De Pre-eclampsie is overgegaan in het HELLP-syndroom. Er zal vandaag nog vaker getest gaan worden, meer bloedprikken dus. Jeeh!


Pre-eclampie en HELLP

Wanneer je tijdens je zwangerschap een hoge bloeddruk ontwikkelt en er ook eiwit in je urine is, spreken we van zwangerschapsvergiftiging of pre-eclampsie. Een milde vorm van pre-eclampsie komt voor bij zo’n 50 op de 1000 zwangere vrouwen. Een ernstige vorm van pre-eclampsie en/of HELLP-syndroom komt voor bij ongeveer 5 op 1000 vrouwen.

De letters HELLP zijn de beginletters van de Engelse verklaring van het ziektebeeld (Hemolysis Elevated Liver enzymes and Low Platelets). Ze staan voor:
> bloedafbraak – afbraak rode bloedcellen
> leverfunctiestoornissen – afbraak van bloedplaatjes
> tekort aan bloedplaatjes

HELLP-syndroom kan in combinatie met (pre)eclampsie zijn, maar zich ook los daarvan ontwikkelen.

Bron: Hellp stichting > hellp.nl

Het HELLP-syndroom tast je organen en bloed aan. Je lever en nieren werken minder goed, de hoeveelheid rode bloedcellen neemt af en je bloed stolt minder goed. Als je tijdig goed wordt behandeld, kun je goed genezen. In een enkel geval verloopt de aandoening fataal. Door goede bewaking en behandeling genezen de meeste vrouwen uiteindelijk goed. Het kan wel weken tot maanden duren voordat je je echt weer de oude voelt.

Je baby heeft een kans van 1 op 3 dat hij het niet overleeft. De belangrijkste oorzaken van het overlijden zijn het onvoldoende werken van de placenta, loslaten van de placenta en vroeggeboorte.

Bron: medicinfo.nl


Er wordt geen tijd verspild met de inleiding, ik zal zo snel mogelijk moeten gaan bevallen. Met een soort breinaald worden m’n vliezen doorgeprikt, ik verlies best wel wat vruchtwater maar geen golven zoals de Hollywood films je soms laten geloven. Vanwege de GBS bacterie wordt er nu in m’n andere arm een antibiotica infuus aangeprikt. Daar lig ik dan, aan beide kanten een infuus, vast op m’n bed. De antibiotica is gemeen en voelt heel koud aan, het lijkt alsof het met veel kracht door m’n aderen wordt gespoten. Ik wordt er een beetje akelig van. N. z’n ziekenhuiservaring komt weer goed van pas, we installeren wat kussens zodat m’n arm omhoog ligt en het dus makkelijker kan stromen. De weeën beginnen daarna heel langzaam te komen. Na 2 uur heb ik 3 cm ontsluiting en krijg ik wee opwekkers toegediend. Vanwege de GBS bacterie wordt de tijd heel goed in de gaten gehouden, langdurig gebroken vliezen verhogen het risico op besmetting.
2 uur later en het is 14.00 uur. Het vordert, ik heb 5 cm ontsluiting. Ik heb steeds meer pijn en kan met die 2 infusen werkelijk geen kant op. Op de bevalcursus hebben we verschillende houdingen geoefend die deze fases kunnen verlichten, maar ik kan alleen maar plat op m’n rug liggen. Het is moeilijk om de weeën zo op te vangen. Via de band is de hartslag van de baby niet meer goed te volgen, dus wordt er een sensor ingebracht en op t hoofdje van ons kindje geplaatst.
Een uur later krijg ik een zetpil tegen de pijn. Nog een uur later volgen de weeën zich in een rap tempo op. Geen vordering, nog steeds 5 cm. Ik trek de pijn heel slecht en ik krijg nu de pijnstiller Remifentanil via het infuus en extra oxytocine. De Remifentanil werkt via een pompje, ik bepaal zelf wanneer ik het toedien. Het werkt snel en kort. Ik druk op het knopje tijdens elke wee maar ook er tussenin op advies van de verloskundige. Ik raak elke keer even van de wereld en vergeet dan ook te ademen. Het is eng. Elke keer hoor ik de verloskundig en N. roepen dat ik moet blijven adem halen. Ik voel me slecht, ik ben op. Bloedprikken via m’n armen gaat niet meer, de infusen ‘vervuilen’ het bloed. Dus wordt ik via m’n voeten geprikt. Het doet me al niets meer, ik wil niet meer, ik kan niet meer.
We zijn weer 2 uur verder en nog steeds 5 cm ontsluiting. Ik zit in een uren durende weeën storm die helemaal niets teweeg brengt in m’n lijf. Ik ben wanhopig en zie nu ook de wanhoop bij N. en de verloskundige. M’n bloedwaardes worden steeds slechter. Na een half uur verschijnt eindelijk de gynaecoloog aan m’n bed. Ze pakt m’n hand en kijkt me recht in de ogen. Het is genoeg meisje, zegt ze, we gaan je kindje halen. Je krijgt een keizersnede. Ik begin te huilen. Je moet nog even volhouden, het 2e OK team moet worden opgeroepen. Ze blijft nog even naast me zitten en probeert me door de weeën heen te coachen. Er wordt nog een laatste keer bloed geprikt voor de operatie. N. wordt meegenomen om zich klaar te maken. M’n rots, weg. En dan wordt ik weggereden. Terwijl we de kamer uitrijden krijg ik te horen dat ik onder volledige narcose moet. Mijn bloedplaatjes zijn zo laag dat een ruggenprik veel te riskant wordt. Rollend over de gangen probeer ik de weeën nog steeds op te vangen, Ik huil, schreeuw en ril.
We zijn er. De OK is kil en de anesthesist nog killer. Ik wordt op de operatietafel getild, ik kan niet stoppen met rillen. De weeën blijven maar komen. Wel even stil blijven liggen mevrouw, anders val je straks op de grond. Als ik de energie had zou ik hem graag even flink de waarheid zeggen. Niemand lijkt te zien dat het me echt niet meer lukt om de weeën op te vangen. En ik denk alleen maar: maak me weg, maak me alsjeblieft nu weg. De coassistent merkt m’n angst en pijn nu toch op en pakt m’n hand vast. Rustig maar, het komt goed. Maar dan komt mijn grote nachtmerrie voorbij. We gaan een katheter plaatsen mevrouw. Nee, nee, nee, zeg ik. Kan dat als ik weg gemaakt ben? Nee, dat kan niet, het is zo gebeurd. De katheter wordt ingebracht, er wordt afgeteld en dan gaat het licht uit.

Plaats een reactie