Beautiful boy

Ik word wakker in een witte ruimte. Al snel verschijnt er een hoofd boven m’n bed, een verpleegster. Het lijkt een typische scene uit een ziekenhuisserie. “Mevrouw, weet u waar u bent?” Ja, dat weet ik wel. “U bent bevallen, van een zoon.” Het gaat langs me heen en ik sluit m’n ogen weer. Hoe lang ik ze dicht heb weet ik niet maar wanneer ik ze open verschijnt het hoofd weer. “Zullen we u naar uw kamer brengen of wilt u nog liever even hier blijven?” Ik voel me zwaar beroerd, overreden. Ik zeg dat ik liever nog even hier wil blijven. M’n ogen vallen weer dicht. Ineens komt het besef. Ik heb een zoon. BAM. Mijn voorgevoel klopte dus, het kleine mensje dat zoveel maanden in mijn buik groeide was een jongetje. En die is nu dus bij N. en ze wachten op mij, de mama. Ik wil naar ze toe. De rit door de gangen is afschuwelijk en ik voel me met elke bocht slechter. Maar we zijn er en daar zijn ze, mijn 2 mannen.
Ik wordt geïnstalleerd en aangesloten op allerlei apparatuur. Ik heb het erg benauwd en ben ontzettend misselijk. De verpleegsters zijn ontzettend lief en zorgen dat ik snel extra zuurstof krijg. En dan wordt hij voor het eerst even bij me gelegd. Het is van korte duur, want ik kan hem niet goed vasthouden en ik verlies veel bloed. Ja, mocht je denken dat je bij een keizersnede gelijk verlost bent van het bloedverlies, nee dus. Twee verpleegsters gaan met mij aan de slag en een derde ontfermd zich over onze zoon. Onder het toezicht van papa wordt hij gewassen en aangekleed. Ik wil borstvoeding geven maar dat zit er nu even niet in. Dus de eerste voeding wordt kunstvoeding door middel van fingerfeeding of vingervoeden, één van de verpleegsters neemt het voor haar rekening. Voor N. is het ook een zware dag geweest.
Door de beademing tijdens de narcose heb ik veel last van m’n keel en last van slijm. Ik probeer te hoesten maar de wond doet pijn. Ik krijg extra pijnstilling in de hoop dat ik nu snel in slaap val en wat kan rusten. Het is inmiddels middernacht. N. installeert zich op de logeerbank, zoonlief ligt te slapen in zijn bedje en ik lig met een spuugbakje op mijn buik te wachten tot mijn ogen dichtvallen. Ik kijk nog even naast me. Daar ligt hij, onze zoon, gezond en wel. Hoewel er een hoop langs me heen gaat, voel ik onmiddellijk heel veel liefde voor hem. Morgen voel ik me hopelijk wat beter.

Plaats een reactie