Trots

 

Ik heb geslapen. Hoe lang weet ik niet precies, maar ik heb geslapen. In N. zit nog geen beweging, maar onze kleine man is wakker en huilt. Er wordt zachtjes op de deur geklopt en de verpleegster komt binnen. N. wordt nu ook wakker. Het is nog vroeg, half 6. Ik zal eens kijken of je een vieze luier hebt, zegt de verpleegster. Ze verschoont onze zoon en legt hem daarna in mijn armen. Even lekker knuffelen met mama, zegt ze. Het voelt heel fijn, M. is gelijk rustig en ligt ontspannen op mijn borst. Ik laat jullie weer even alleen, zegt ze. Rond 8 uur zal het ontbijt komen en daarna worden de rondes gelopen dus krijg je controle. En dan gaan we straks ook proberen om M. aan te leggen om de borstvoeding op gang te brengen.
Zo liggen we heerlijk te knuffelen tot het ontbijt er is. M. wordt ondertussen voor het eerst in bad gedaan onder het toeziend oog van N. Door het badje hopen ze dat hij even goed wakker is en straks dus niet gelijk in slaap valt aan de borst. Schoon en aangekleed wordt hij bij me gelegd en doen we een eerste poging. M. sabbelt wat en ik stuntel. De borstvoedingscursus waarvoor ik me had ingeschreven heb ik niet gehaald, die was namelijk gisteren. De verpleegster helpt me en we proberen een tepelhoedje. Maar al snel valt M. weer in slaap en ligt hij even later in zijn eigen bedje.
Ik voel me trots, trots op dat kleine mensje naast me. Dat hij er is. En ik wil het graag aan iedereen vertellen, ik voel me hyper. N. heeft gisteren onze ouders en naaste familie ingelicht na de keizersnede. Ik was op dat moment nog niet bij, dus zij wisten eerder dan ik dat ik bevallen was van een zoon. Achteraf een heel gek idee. Ik wil m’n beste vriendin bellen, maar als ik m’n telefoon pak zie ik het scherm niet goed. Ik zie de hele ochtend al wazig, maar ik dacht dat het nog aan de narcose lag. Ik schrik er wel een beetje van dat ik het scherm niet kan lezen. N. vraagt of ik de klok kan aflezen die in onze kamer hangt, maar dat lukt me ook niet. De verpleegster die we deze ochtend voor het eerst zien, wuift het een beetje weg. Dat kan komen doordat je wat druk hebt gezet, met persen. Ja maar dat kan dus niet, zegt N. stellig, want ze heeft nooit hoeven persen. We moeten het zo even aangeven als de gynaecoloog langs komt.
Al snel daarna volgt de controle en wordt er bloed afgenomen. Ook nu wordt er niet echt bezorgd gereageerd op mijn oogprobleem, maar ze gaan wel de oogarts voor de zekerheid langs laten komen. Mijn bloeddruk is niet stabiel en te hoog, dus krijg ik medicatie en blijft het magnesiuminfuus voorlopig aangesloten in mijn linkerarm. En rechts krijg ik nog wat extra vocht toegediend.
En dan klopt onze eerste visite op de deur, het is mijn moeder. Ze kijkt wat geschrokken naar me, ik zie er vast nog niet zo goed uit. Maar dan gaat alle aandacht natuurlijk naar kleine M. We kletsen wat terwijl ze knuffelt met onze slapende M. Een uur later zijn de ouders van N. er. Het is hun eerste kleinkind en ze zijn dan ook helemaal in de wolken. En dan zijn we weer met z’n 3tjes.
Na de lunch krijgen we te horen dat mijn bloedwaardes nog niet goed zijn, m’n bloedplaatjes zijn nog steeds erg laag. Met een bloedtransfusie hopen ze dat de waardes zich snel zullen herstellen. De eerste zak wordt opgehangen, ik zal er in totaal 2 krijgen. Het is tijd om te rusten.